Pelgrim voor één dag op Shikoku-eiland

Onder het genot van de zoveelste zoete Japanse pannenkoek, een rijstdriehoek en een kop koffie (nee, het leven van een vegetariër in het land van de rijzende zon gaat niet over rozen) probeer ik acht tempels in mijn offline gedownloade Google Maps app op te slaan. Vanmorgen vroeg kwam ik op de bovenste verdieping van mijn stapelbed op het idee een eendagspelgrimstocht te doen. De boeddhistische Shikoku pelgrimstocht, een 1200 kilometer lange wandelroute langs 88 heilige tempels, fascineert me namelijk al jaren.

Naar het eiland van de pelgrims
Nadat ik vanuit Kyoto met de shinkansen naar Imabari, een klein stadje op het meest noordwestelijke puntje van het eiland Shikoku (een van de vier hoofdeilanden van Japan) was gereisd, deed ik onderzoek naar de locaties van de 88 tempels. Ik ontdekte dat veertig kilometer ten zuiden van Imabari rondom de stad Matsuyama maar liefst acht tempels op loopafstand van elkaar lagen. Een niet te missen kans, besloot ik, en zo kwam het dat ik die ochtend na mijn kop koffie de eerstvolgende trein naar Matsuyama nam om mijn pelgrimstocht te volbrengen.

Witte japonnen in verlaten plattelandslandschap
Twee uur later zit ik samen met de buschauffeur als enige nog in een engschone stadsbus. De laatste 20 minuten rijden we door een verlaten plattelandslandschap. De buschauffeur stopt zijn bus in the middle of nowhere en knikt me vanuit zijn achteruitkijkspiegel glimlachend toe. Oké, hier moet het zijn. Ik stap schijnbaar aarzelend de bus uit want de vriendelijke man lacht nog eens bemoedigend en wijst door de voorruit naar iets in de verte. Dan klapt hij de deuren van zijn bus dicht en toeft hij langs me heen. Aan de overkant van de weg zie ik een jonge vrouw in witte kledij en een strohoed (een sugegasa) staan. Ook zij lacht me toe, een goed teken vind ik en ik loop in de richting die de chauffeur me op wees.

Henro & liefkozend vervolgnummeren
Nog geen vijftig meter verderop tref ik inderdaad de Jōruriji tempel, ofwel ‘nummer  46’, zoals de pelgrims de tempels liefkozend bij hun vervolgnummer noemen. Als ik door de tempelpoort loop word ik vergezeld door twee échte pelgrims. Henro worden ze in het Japans genoemd, wat ik eigenlijk veel mooier vind. Ik laat ze voorgaan en probeer zo onopvallend mogelijk af te kijken hoe je je als pelgrim behoort te gedragen. Handen wassen, een bel luiden, bidden en wat kleingeld doneren, zo zal ik al snel ontdekken. En niet noodzakelijk in die volgorde.

Navigatie voor de moderne pelgrim
Het bordje bij de uitgang van de tempel wijst me in de richting van ‘nummer 47’. Tussen de tempels is de route niet bijzonder goed aangegeven, maar dat geeft niet want daar heb ik mijn app (en mijn mond) voor. De Yasakaji tempel ligt 15 minuten verderop en wordt met serieuze toewijding door een imposante katerbaas bewaakt. De tempel is prachtig versierd met gekleurde kleden. Een klein gebouw dat naast de tempel staat is mijn favoriet. Eenmaal weer buiten tref ik wederom een klein wegwijzertje aan dat me in de richting van een ieniemienie plattelandspaadje de weg naar nummer 48 wijst. Ik besluit het dapper te volgen. Na vijf minuten ben ik al verdwaald en zoek ik mijn hulp wederom bij het alwetende Google Maps, die me heel onavontuurlijk naar een saaie asfaltweg wijst. Het is in ieder geval de goede richting op, zo lijkt het.

Internationale pelgrimverbroedering
Zelfs op de weinig inspirerende asfaltweg kom ik tussen de tempels andere pelgrims tegen. Echte pelgrims, niet van die halfzachte die denken dat één dag pelgrimmen ook telt. De meeste wandelaars komen uit Japan, maar er zijn er ook uit Spanje en de VS. Stuk voor stuk zijn ze eager voor een praatje wat steevast begint met ‘waar kom je vandaan?’ en wordt vervolgd door ‘hoeveel dagen ben je al onderweg?’. ‘Uhm, een halve..’ antwoord ik enigszins beschamend. Het pelgrimschap lijkt echter te verbroederen en zelfs als ik uitleg dat ik eigenlijk een nepper ben, hoor ik helemaal bij de club. Die pelgrimverbroedering zou me later ook weer opvallen in Spanje, waar ik met de hike van San Sebastián naar Pasaia een piepklein stukje van de Camino de Santiago pelgrimstocht liep.

Valsspelende pelgrims & kilometers asfalt
Mijn tocht leidt van de plattelandsweg terug naar de stad. En dat is ook typerend voor deze pelgrimage die maar zo’n 250 kilometer door bosgebied en natuurparken loopt, de overige 950 kilometer leggen de Henro af over asfaltwegen. Terug in de stad zal ik er al snel achterkomen dat er meer pelgrims zijn die een beetje vals spelen. Want niet alleen oudere mensen verplaatsen zich (compleet in wit gewaad en strohoed) per auto, fiets of bus van de ene naar de andere tempel. Later zal ik van een medehostelbewoner leren dat van de 150.000 pelgrims die de pelgrimstocht jaarlijks afleggen,  er slechts 1.000 dit te voet doen. Alhoewel dat geen officiële pelgrimstocht is, roept het trekken van tempel naar tempel herinneringen op aan de tocht die ik in Griekenland maakte langs de wereldberoemde kloosters van Meteora. Maar zo afgelegen als de kloosters daar lagen, zo toegankelijk lijken de tempels hier op Shikoku-eiland.

Officiële en onofficiële tempels
Die dag in Matsuyama bezoek ik in totaal zeven tempels, waarvan er zes officieel bij de Shikoku pelgrimage horen. De zevende doet echter in z’n geheel niet onder voor de rest en mocht de lijst ooit uitgebreid worden, dan zou die op z’n minst een nominatie verdienen. De laatste twee officiële tempels zal ik door mijn normaal zeer goede, maar vandaag in de steek gelaten, navigatieskills niet vinden.

Pelgrim for life of toch liever een gelegenheidshiker?
Als ik moe de Ishiteji tempel uitloopde laatste tempel op mijn route en officieel nummer 51 op de lijst, ga ik op zoek naar mijn hostel. Niet veel later lig ik moe maar voldaan in mijn hostelbed en denk ik na over het pelgrimsleven. Ik zie maanden vol spannende ontmoetingen met vreemdelingen voor me en avontuurlijke tochten door de natuur. Het bijna kinderlijk romantische beeld dat ik van de pelgrim had heb ik echter een beetje bij moeten stellen, want de beblaarde voeten in de functionele maar überlelijke bruine outdoorsandalen, de honger naar enige vorm van sociaal contact met wie dan ook en de ruzies met een te dicht op je lip zittende reisgenoot zijn niet zo jaloersmakend. Maar de veelbelovende verbroedering met medepelgrims, de gastvrijheid en oprechte nieuwsgierigheid van de lokale bevolking en het volbrengen van een (al dan niet persoonlijke) quest, smaakt toch echt naar meer!

Op Shikoku-eiland maakte ik ook een fietstocht over de Shimanami Kaido! In blogde ook over het heiligdommencomplex Fushimi Inari-Taisha in Kyoto.

7 reacties Voeg uw reactie toe

  1. gerard1978 schreef:

    Mooi verteld Iris, nu al benieuwd naar je volgende verslag!!

    Like

    1. irisduijndam schreef:

      Wat leuk Gerard, dankjewel! 🙂

      Like

  2. Karin van Verseveld schreef:

    Wat ben je toch een bijzonder mens, die heel mooi kan vertellen. Bedankt!

    Liked by 1 persoon

    1. Wat lief Karin! Dankjewel❤️

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s